Over mijn eigen stem | een terugblik naar het groeiproces

Ik spreek geregeld mensen die denken dat je nou eenmaal geboren wordt met een dijk van een stem of talent voor zingen, of helemaal niet. En dat als zo’n stem je niet gegeven is, dat het dan wel nooit iets zal worden. In mijn ogen is dit een groot misverstand. Misschien zijn er wel zangers en sprekers bij wie het komt aanwaaien, het geldt zeker niet voor iedereen.

Van artiesten zien we vaak alleen de successen, en niet wat er allemaal aan vooraf is gegaan. In mijn eigen geval: ik ben nu, pas sinds een paar jaar, aardig tevreden met hoe ik zing. De weg ernaartoe was er een van hard werken, teleurstellingen incasseren en ‘gewoon doorgaan’. Ik denk dat deze kant van het verhaal té weinig wordt verteld, en dat dit mensen ervan weerhoudt om meer met hun stem te gaan doen – als ze dat zouden willen. Daarom deel ik graag mijn groeiproces op dat gebied. Het is het verhaal van een zangeres, maar wie wel eens voor een groep spreekt, presentaties geeft of faalangst ervaart, kan zich er ook in herkennen.

Misschien had je dit ook wel vroeger: als kind voelde ik me helemaal vrij om gek te doen, te zingen, te dansen…Ik was helemaal niet bezig met of het wel goed genoeg was, of wat anderen ervan vonden. Maar op een gegeven moment ontstond er een bepaald bewustzijn waarbij dat ophield. Ik weet nog heel goed het moment waarop ik me realiseerde dat het opeens anders was.

Op veertienjarige leeftijd had ik een solo-optreden op school met piano en zang. Ik was goed voorbereid, had er zin in, en niet het idee dat er iets mis zou kunnen gaan. Totdat ik achter de piano ging zitten, en er iets gebeurde dat ik nooit eerder had meegemaakt. Tot mijn verbazing kreeg ik trillende zweethanden, een droge mond en hartkloppingen. “Waarom wil ik dit ook alweer zo graag doen?” Vroeg ik mezelf af, en kreeg een black out. En dat terwijl ik vijf jaar geleden nog zonder enig probleem had opgetreden in het Concertgebouw. Met veertien jaar was ik me volledig bewust van mijn omgeving en gevoelig voor het oordeel van anderen. Ik had het gevoel dat publieke afgang het ergste was dat me kon overkomen.

Die podiumangst heeft me vanaf dat moment achtervolgd. Ik bleef zingen, dat wel. In ieder geval veel thuis, en op een gegeven moment ook bij iemand in de studio die mij hielp bij het opnemen van mijn eigen liedjes. Als ik nu naar die opnames luister hoor ik een heel eigen, authentiek geluid dat je uit duizenden herkent. Het klonk ook heel jong en alsof ik weinig contact had met mijn lijf. Maar op een bepaalde manier was het ook vrij en onbezorgd.

Ik besloot toen om jazz te gaan studeren op het conservatorium. Maar in de lessen klonk het helaas nooit zo makkelijk en relaxed als thuis of in de studio. En er was altijd veel commentaar: “je zingt te hoog, je klinkt te dun, deze muziek past niet bij jou, je kunt beter dit of dat gaan zingen…” Op een gegeven moment was ik me zo ontzettend bewust van wat ik allemaal niet goed deed en nog moest leren, dat dat het enige was wat ik nog hoorde. Ik werd heel kritisch op mijn eigen geluid en verloor langzaam het plezier in zingen. En beter klinken deed ik al helemaal niet, dus na een jaar was het afgelopen met de zangopleiding.

Ondertussen waren er wel andere mensen die iets in mij hoorden en me stimuleerden om verder te gaan met zingen. En omdat ik zo vaak het commentaar kreeg dat ik te hoog zong, heb ik me volledig gestort op de klassieke muziek. Als sopraan is het juist een pré als je makkelijk de hoogte inkomt. Het was wel even slikken, want om over te stappen naar de klassieke techniek, moest ik ook mijn popstem vaarwel zeggen. Het lukte me (toen in ieder geval nog) niet om deze twee naast elkaar te gebruiken. In het begin van die overgang was ik mijn zangstem zelfs even helemaal kwijt, ik moest echt helemaal opnieuw beginnen.

Jarenlang heb ik met veel plezier klassieke zang gestudeerd, bij leuke en goede docenten. Eerst gewoon lekker thuis, of in koren. Maar in de loop van de tijd werd ik steeds beter en zong ik ook weer solo voor publiek. Maar toch kwam het erop neer dat ik altijd wel op een bepaalde manier met mijn stem aan het worstelen was. Nooit was ik in vorm, er zat altijd wel iets in de weg zodat ik niet kon klinken zoals ik wilde. Zenuwen, slaapgebrek, hooikoorts, verkoudheid, teveel slijmproductie….altijd wat. En er waren ook periodes dat ik mijn stem helemaal niet onder controle had. Dat het dun en gespannen klonk, en dat ik mijn makkelijke hoogte opeens kwijt was. Ook mijn docenten wisten op dat moment niet wat ze met me aan moesten. Helemaal radeloos werd ik ervan, niemand wist me te helpen.

Totdat ik op een gegeven moment terecht kwam bij een logopedist. Zij informeerde naar stressvolle situaties in mijn leven, en legde als eerste een verband hiertussen met mijn stem die ‘op slot’ zat. Het lijkt een open deur, maar ik had daar tot die tijd helemaal niet bij stil gestaan. Podiumangst verdwijnt door het vaak te doen en goed voorbereid te zijn, dacht ik. Dat is deels waar, maar voor een deel ook niet.

In bepaalde situaties kan het alsnog fout gaan. Als het een belangrijk optreden is, waar veel vanaf hangt bijvoorbeeld. Of al helemaal bij een auditie, waarbij je weet dat je kritisch beoordeeld wordt. Maar ook: als bij een concert dingen niet goed geregeld zijn, als er te weinig tijd is, als ik me niet welkom of gezien voel, als ik word opgejaagd of onder druk wordt gezet, of als ik privé niet lekker in mijn vel zit. Misschien wordt niet iedere zanger hier even sterk door beïnvloed, maar ik ervaar bij deze situaties veel stress. En die stress maakt zich bij mij onmiddellijk hoorbaar via mijn stem. Het blijkt de perfecte barometer te zijn voor alles wat er op dat moment niet in balans is.

Over mijn zingen had ik ook nog eens verschillende overtuigingen. Bijvoorbeeld: ‘ik ben niet goed genoeg’, ‘ik moet me extra bewijzen want ik heb geen conservatoriumdiploma’, ‘mijn stem is te klein, te dun’, ‘ik ben bang om beoordeeld te worden’ en ‘ik ben bang om af te gaan’. De oordelen die je over jezelf hebt (maar uiteraard zijn ontstaan door input van je omgeving) spelen altijd onbewust op de achtergrond mee. En zo kun je nooit vrij zingen vanuit je gevoel. Je bent dan eigenlijk alleen maar bezig met geen fouten maken en proberen aan andermans verwachtingen te voldoen. Misschien lukt dat wel, maar dan heb je er nog steeds niet van genoten en waarschijnlijk heb je mensen ook niet écht geraakt.

Om die vrijheid in het zingen weer te kunnen ervaren, ging ik weer pop zingen. En op een gegeven moment ook weer liedjes schrijven. Daar was ik opeens weer terug bij wat ik het liefste deed als tiener, maar wel met een totaal ander geluid. Door al die klassieke training klonk ik erg gepolijst, en een beetje musical-achtig. Op zich niets mis mee, maar ik was toch meer op zoek naar dat hele eigen geluid van vroeger. Eigenlijk moest ik een heleboel technieken bewust ont-leren, en erop vertrouwen dat ik die stem weer zou hervinden als ik meer ging varen op mijn natuurlijke muzikaliteit. Alleen werd toen mijn klassieke stem steeds wankeler…

In diezelfde periode ben ik een langdurig ontwikkelproces aangegaan, dat nu nog steeds in volle gang is. Een van de ontwikkelingen is dat ik op stemgebied min of meer heb afgerekend met de negatieve overtuigingen die me zo in de weg zaten. Ook heb ik erkend dat ik geen klassieke carrière meer hoef na te jagen, en me niet meer hoef te conformeren aan bepaalde stijlen of zangtradities.

Wat er toen gebeurde, had ik niet kunnen voorzien. Zonder dat ik er bewust mee bezig was, werd mijn stem voor het eerst pas écht vrij. Zelfs nog meer dan vroeger. Er ontstond ineens ruimte om emoties te laten doorklinken en er was verbinding met mijn lijf. Ik ontdekte allemaal timbres en klanken waarvan ik niet wist dat ik ze in me had. En het wordt alleen nog maar beter. Ik zing nu alles wat ik wil, ook klassiek, maar wel op mijn eigen manier. Ik voel me nooit meer beperkt door mijn stem, en ben niet meer zo bang voor wat anderen ervan vinden.

Er is een beroemde quote van Rumi over de liefde: “Je taak is niet om liefde te zoeken, maar om te zoeken naar de blokkades in jezelf die je tegen de liefde hebt opgebouwd.” Ik zou iets soortgelijks willen beweren over de stem, omdat dit een vergelijkbare kwetsbare uitingsvorm is van de mens. Om een stem te laten stralen, is het niet altijd nodig om technieken te leren en te trainen. Soms is het genoeg om de blokkades op te heffen die jezelf hebt opgelegd om helemaal vrij te kunnen klinken.

Share This Story, Choose Your Platform!